Alternerend leren: een andere manier om naar school te gaan!

31 jan

Leren kan je op verschillende manieren. Er zijn verschillende wegen om een getuigschrift of diploma te halen. Eén van die leerwegen is alternerend leren. Dat is een gedeelte werken of stage lopen op een werkvloer en enkele dagen per week op de schoolbanken werken aan algemene en technische kennis. Er zijn trouwens verschillende vormen van alternerend leren. leren en werken

Vormen van alternerend leren?

Er waren tot in 2016 drie vormen van alternerend leren in het leerplichtonderwijs. Iedereen tot 18 jaar moet immers een opleiding volgen via het gewone onderwijs of zelfstudie[1]. De overkoepelende term is deeltijds leren en deeltijds werken

Het grootste aantal leerlingen vinden we in het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO). In 2016 studeerden 1.717 leerlingen af met een getuigschrift of diploma. Via een echte arbeidservaring, er worden immers echte arbeidscontracten afgesloten, kom je immers rechtstreeks op de werkvloer terecht. Voor leerlingen die nog niet arbeidsrijp zijn is er een brugproject, waar wordt gewerkt aan attitude en houding. Voor sommigen is dit nog te hoog gegrepen en dan kan er nog een voortraject worden afgelegd of een persoonlijk ontwikkelingstraject, echt op maat van de betrokken leerling.

Een andere vorm is de alternerende beroepsopleiding in buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3. Na een vijfde jaar in het buitengewoon secundair onderwijs kan je nog een zesde jaar volgen dat expliciet inzet op meer stage op de werkvloer, naast een algemene en technische vorming. Na een getuigschrift in een vijfde jaar kan je na dat zesde ABO-jaar een extra getuigschrift krijgen. In 2016 studeerden er zo 659 leerlingen af, naast 789 leerlingen die stopten na de gewone onderwijscyclus.

Een derde belangrijke vorm is de leertijd. Je komt als leerling terecht bij een zelfstandig leermeester, die je de technische kennis in de praktijk leert kennen. In 2016 behaalden 792 leerlingen een getuigschrift via deze weg.

Opvallend zijn de resultaten na één jaar schoolverlaten[2]. De leerlingen via de leertijd hebben de meeste kans om aan de slag te zijn, 11,2 % of 1 op tien zijn nog werkloos, bij DBSO is dat 23,1 % of 2 op tien, bij het ABO-jaar in BUSO gaat het over 26,4 % of 1 op vier die nog werkloos. Er is dus niet veel verschil tussen DBSO en ABO-leerlingen. Het positieve is wel wat de ABO-leerlingen veel meer kans hebben op tewerkstelling in vergelijking met BUSO-leerlingen. Bij “gewone” BUSO-leerlingen is 41,7 % of 4 op tien na een jaar nog werkloos.

Naast deze drie klassieke vormen van deeltijds leren en deeltijds werken wordt sinds 1 september 2016 ook het duaal leren uitgerold. Toen startte de proeftuin waarbij deeltijds leren en deeltijds werken werd geïnstalleerd als een volwaardige leerweg om een getuigschrift of een diploma te halen. Want het grote verschil met de drie voorgaanden is dat het een structureel onderdeel van ons onderwijssysteem zal worden. De drie voorgaande systemen zijn een vervanging omdat de gewone weg te hoog gemikt was.

Naast de gewone weg, je doet zes jaar secundair onderwijs in een gewone onderwijsinstelling, zal een leerweg mogelijk zijn door een deel werken gecombineerd met een deel les volgen in de school.

Op 1 september 2019 wordt er overgestapt van de experimentele naar de organieke fase van duaal leren[3].

Ook voor duaal leren zijn aanpassingen en tussenkomsten van de VDAB mogelijk[4]!

Vanaf nu neemt de VDAB de tussenkomst voor leerlingen op zich die in een systeem van duaal leren stappen. Daardoor zijn alle maatregelen die van toepassing zijn voor gewone werknemers ook van toepassing voor duaal leren-leerlingen. Aanvraag gebeurt via de eigen school van de leerling. De toekenning gebeurt via de VDAB.

Alternerend leren is leren én werken!

In vorige paragraaf hadden we het vooral over de onderwijskant van deeltijds leren en deeltijds werken. Maar welke vormen van “werk” zijn mogelijk?

In een ABO-jaar[5] doe je normaal drie dagen stage per week. Een stage is een onbetaalde periode om verschillende zaken aan te leren, op de werkvloer. De arbeidsattitudes worden getraind: bijvoorbeeld om het werktempo versnellen, nieuwe taken aan te leren, om te gaan met collega’s en bedrijfsleiders. Zo worden de kansen voor jongeren uit het Buitengewoon Secundair Onderwijs op tewerkstelling op de gewone arbeidsmarkt verhoogd. Vaak zijn de arbeids- en/ of sociale attitudes van beslissend belang om de integratie op de werkvloer te doen slagen en niet alleen de kennis van het beroep.

In de andere vormen, DBSO en leertijd zijn er twee mogelijkheden.

Er is de overeenkomst alternerende opleiding (OAO), waarbij er een arbeidsovereenkomst moet zijn van gemiddeld minimum 20 uur op de werkvloer.

Je kan ook werken met een deeltijdse arbeidsovereenkomst, waarbij er geen minimum aantal uur wordt bepaald. (Dit gaat dus over alle andere arbeidsovereenkomsten)

Gevolgen van het werken met een arbeidsovereenkomst?

Als je werkt met een arbeidsovereenkomst, ongeacht de vorm, dan zijn er een aantal federale bevoegdheden[6]. Indien de leerovereenkomst voldoet aan de voorwaarden voorzien , dan is de leerling onderworpen aan de sociale zekerheid. Dit wil zeggen dat de leerling bepaalde sociale rechten zal verwerven. De technische details willen we u besparen. De arbeidsbescherming gaat over het welzijn op het werk[7].

Er zijn ook fiscale gevolgen aan een arbeidsovereenkomst. Je ontvangt immers een loon en je moet daar belastingen op betalen als je bepaalde grenzen overschrijdt. En zelfs als je niet genoeg verdient om belastingen te moeten betalen kan je het statuut van persoon ten laste kwijt geraken.[8] Dan kan je niet meer op de belastingbrief van je ouders worden vermeld.

Sinds juli 2017 is er een combinatiemogelijkheid tussen alternerend leren en studentenarbeid[9].

Start- en stagebonus, een duwtje in de rug vanuit Vlaanderen?

De startbonus is een premie voor jongeren die een alternerende opleiding volgen. De stagebonus is een premie voor elke werkgever die een jongere uit een alternerende opleiding opleidt. Een alternerende opleiding combineert onderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek. Door het toekennen van de bonus, wil de Vlaamse overheid jongeren motiveren om deze opleiding volledig af te werken en werkgevers stimuleren om leerwerkplekken voor deze jongeren open te zetten. De start- of stagebonus wordt één keer per schooljaar betaald en maximum gedurende 3 schooljaren. Meer informatie kan je vinden op de website van de Vlaamse overheid.

Ons standpunt over duaal leren

We vinden de gelijktijdige ontwikkeling van duaal leren in het gewone secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs een goede zaak. We huldigen de stelling dat duaal leren voor leerlingen met een handicap een goede manier is om een schoolopleiding in te vullen.

Door de combinatie van een werkplek en een leerplek is er ook sneller contact met de werkvloer. Dat is positief, want hoe sneller je kan oefenen in een echte werkomgeving, hoe sneller je aanpassingen kan organiseren.

Positief is ook dat deze regels zowel gelden voor gewoon als buitengewoon onderwijs.

We zijn dus erg tevreden dat scholen vanaf schooljaar 2019-2020 kunnen instappen in het nieuwe systeem door opleidingen via duaal leren aan te bieden.

We hopen wel dat er meer scholen uit het buitengewoon onderwijs zullen deelnemen. De opstart via “schoolbank op de werkplek” verliep moeizaam. Terwijl het net die doelgroep is die erg gebaat is met werkplekleren. Dat kunnen we terugvinden in het schoolverlatersrapport van de VDAB, waar een passage via werkplekleren, in het huidige systeem via ABO, in de toekomst ook via duaal leren, een grote drempelverlaging is voor het vinden van een job.

—————————————————————————————————————————————-

[1] Er is in Vlaanderen géén schoolplicht, wel leerplicht, waarbij de leerling op het einde van het onderwijstraject een aantal eindtermen moet halen. Thuisonderwijs is dus een volwaardige vorm van onderwijs.

[2] De cijfers komen uit het schoolverlatersrapport van de VDAB editie 2018 (zie: https://www.vdab.be/trends/schoolverlaters.shtml )

[3] Beslissingen van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018, 6 juli 2018, 28 september 2018 en 14 december 2018, over duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs en Beslissingen van de Vlaamse Regering van 1 december 2017, 9 februari 2018, 27 april 2018, 15 juni 2018, 20 juli 2018, 14 september 2018 en 12 oktober 2018, over duaal leren in het gewoon secundair onderwijs (zie: https://www.vlaanderen.be/nl/vlaamse-regering/beslissingenvlaamseregering )

[4] https://www.vdab.be/arbeidsbeperking/duaal-leren

[5] Meer informatie over een ABO-jaar zie https://handicapenarbeid.be/dossiers-a-d/buso-schoolverlaters/

[6] Voor meer informatie zie http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=683

[7] Zie http://www.werk.belgie.be/welzijn_op_het_werk.aspx

[8] Persoon ten laste gaat over de inkomsten die je in een bepaald jaar ontvangt, en hebben een effect op het wel of niet betalen van belastingen. Voor de kinderbijslag gelden andere regels, die zijn afhankelijk van het aantal gewerkte uren in loondienst, niet van de hoogte van het loon zelf. Meer informatie: https://financien.belgium.be/nl/particulieren/gezin/personen_ten_laste en https://www.fons.be/voor-2019

[9] http://krispeeters.be/portfolio/qa-nieuwe-regeling-van-studentenarbeid-voor-studenten-die-alternerend-leren-en-werken

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: