Quota, streefcijfers of wachten?

19 Dec

Op 16 december 2016, verscheen in De Standaard een artikel over het voorstel van de CD&V over tewerkstelling van personen met een handicap.

Het artikel bevat een oproep om radicale maatregelen te overwegen om meer mensen met een handicap aan het werk te krijgen. En daarvoor kijkt deze partij naar de overheid. Die heeft een voorbeeldrol.

Op alle beleidsniveau’s bestaan streefcijfers. We maakten in  juni 2016 een oplijsting van de bestaande systemen. De CD&V wil van streefcijfers naar quota, want de situatie is absoluut ontoereikend. Geen enkele overheid haalt de bedoelde streefcijfers. In Vlaanderen haalt de overheid 1,3%. De federale overheid haalt iets meer dan 1,3%. Terwijl de streefcijfers voor beide niveau’s op 3% liggen. De lokale besturen halen, op basis van een recente peiling in de zomer van 2016, allemaal samen wel hun doelstelling van 2% maar er zijn enorme verschillen, zowel in positieve als in negatieve zin.

De Vlaamse overheid liet in 2014 een studie uitvoeren over het gebruik van verschillende systemen, quotaregelingen, maar ook streefcijfers en nog andere maatregelen. Vooral het deel met de buitenlandse voorbeelden kan illustratief zijn voor verdere discussie in Vlaanderen en België.

Over dit thema – zijn quota een beter systeem dan streefcijfers? – organiseerden GRIP vzw en het Gebruikersoverleg Handicap, Chronische Ziekte en Arbeid een debatavond met Alona Lyubayeva, diversiteitsambtenaar van de Vlaamse overheid en hoofd van de dienst diversiteit. Deze dienst probeert de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap te verhogen.

De conclusies van de debatavond waren zeer genuanceerd.

  • Quota is één van de mogelijke maatregelen om tot meer tewerkstelling van personen met een handicap te komen. Op zich kan daar geen discussie over zijn. Quota werken. De discussie is of quota nodig zijn en hoe eventuele negatieve effecten van quota kunnen worden voorkomen.
  • Het is niet zozeer kwestie om werk te vinden, het is vooral kwestie om werk te houden. ‘Integratieprotocollen’ zijn daar essentieel bij. Deze leggen in onderling overleg met alle betrokkenen, de aanpassingen vast die afgesproken worden. Integratieprotocollen worden daarbij best niet gezien als een ‘formulier’ maar als een proces, waarbij aanpassingen worden geduid, iedereen betrokken wordt, aanpassingen mogelijk zijn…
  • Inzetten op sensibilisering heeft zin. Ook al worden mensen niet meegenomen in een volledige inclusie-visie, een mini-verandering in kijk op handicap kan al voor beweging zorgen.
  • Onbekend is onbemind. Diversiteit op de werkvloer krijgen werkt dus bevorderend voor diversiteit. Wanneer iemand aan de slag gaat op een werkplek creëert dit openheid. We denken daarbij aan de effecten van stage of een GIBO. Voorwaarde hierbij is wel de juiste omkadering. Wanneer het misloopt dreigt immers een verhoging van de weerstand.

Het standpunt van de CD&V gaat uit van een uitdagende opstelling. Ze willen een stap vooruit zetten en pleiten voor een radicalere aanpak. We zullen met het Gebruikersoverleg Handicap, Chronische Ziekte en Arbeid bij de bespreking van het Gelijke Kansenplan van de Vlaamse overheid zeker argumenten op tafel brengen die het gebruik van quota moeten mogelijk maken. We moeten naar de 3%.

Dat is een eerste stap op weg naar meer tewerkstelling van personen met een handicap. Deze discussies zullen na nieuwjaar plaatsvinden in de Commissie Diversiteit van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV). Daarin zetelen ook de sociale partners, werkgevers en vakbonden.

(tekst: Gebruikersoverleg Handicap, Chronische Ziekte en Arbeid)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: